Waar moet je als ouder voor zorgen?

Basale verzorging

  • voorzien in onderdak, voeding, hygiëne, kleding, rust en persoonlijke spulletjes;
  • zorgen voor een goede gezondheidszorg (bijvoorbeeld bezoek aan huisarts en tandarts, deelname aan vaccinatieprogramma, specialistische hulp).

Garanderen veiligheid

  • een veilige leefomgeving bieden
  • bescherming bieden tegen mensen die mogelijk gevaar opleveren;
  • voldoende toezicht van een volwassene bieden;
  • je kind weerbaar maken: bespreken hoe je om kunt gaan met risicovolle situaties.

Emotionele warmte

  • waardering, respect en begrip tonen;
  • gevoelig zijn voor de behoeften van je kind en daar op aansluiten;
  • geïnteresseerd zijn in je kind; betrokkenheid tonen en je kind steunen bij activiteiten.

Stimuleren

  • zorgen voor onderwijs en je kind daarbij ondersteunen;
  • je kind aanmoedigen om nieuwe ervaringen op te doen en daarvan te leren;
  • je kind ruimte bieden voor eigen initiatief;
  • je kind gelegenheid bieden om met leeftijdgenoten om te gaan en vriendschap te sluiten.

Regels en grenzen

  • stellen van duidelijke en realistische grenzen, die passen bij de leeftijd van je kind;
  • voldoende regelmaat in het dagelijks leven;
  • je kind leren omgaan met emoties, frustraties en conflicten;
  • je kind passende verantwoordelijkheden geven.

Stabiliteit

  • structuur bieden in de opvoeding en de verzorging, en toch voldoende flexibel blijven;
  • voorspelbaar zijn in je reacties op je kind;
  • fysiek en mentaal daadwerkelijk beschikbaar zijn voor je kind - minimaal één ouder of opvoeder.

Een voorbeeld zijn

  • als ouder geef je je kind het goede voorbeeld. Daar leert het veel van. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop je ruzie maakt en conflicten oplost, met je partner of met je buren.